De Blauwe Kamer
- Dynamische natuur
De Blauwe Kamer is een rivieroeverreservaat langs
de Nederrijn en vormt een onderdeel van project Noordoever Nederrijn. Klik hier
voor het project Noordoever Nederrijn. In 1992 is een deel van de zomerdijk
afgegraven met als gevolg dat de Blauwe Kamer regelmatig overstroomt. Deze toegenomen
‘rivierdynamiek’ geeft het landschap vorm en heeft grote invloed
op de vegetatie. Er ontstaan bloemrijke graslanden met soorten als kruisdistel
en kattedoorn, er ontwikkelen zich moerassen en op diverse plaatsen groeit inmiddels
wilgenbos (ooibos). Het rivieroeverreservaat is een uitstekend leefgebied voor
vogels als visarend, ijsvogel, kwartelkoning, aalscholver en vele soorten steltlopers
en ganzen. In de strangen en geulen wemelt het van de vissen. Ook zijn runderen
(galloways) en paarden (koniks) ingezet die met hun begrazing het landschap
mede bepalen.

- Steenfabriek
Temidden van deze nieuwe riviernatuur staan de restanten van de steenfabriek ‘De Blauwe Kamer’. Vanaf circa 1900 tot 1975 werden hier wekelijks maximaal 500.000 stenen in de zogeheten ringoven
gebakken. Door de veranderde productiewijze is sterke schaalvergroting opgetreden en is deze fabriek, net als de meeste steenfabrieken langs de rivier, gesloten. De ringoven, de helft van de vroeger 65
meter hoge schoorsteen en de ruïnes van de machinekamer en het pomphuis vertellen iets over het verleden van deze eens bedrijvige plek. Vandaag de dag worden de ruïnes gebruikt door grootoorvleermuizen
en wilde bijen maar ook door de koniks, die daar op warme dagen verkoeling zoeken.
- Van laag naar hoog
De aangrenzende Grebbeberg (de zuidoostelijkste punt van de Utrechtse Heuvelrug) is in 2001 verbonden met de Blauwe Kamer. De toevoeging van dit 60 hectare grote stuwwalbos aan de Blauwe Kamer is van
essentieel belang voor de ontwikkeling van beide gebieden. Van nature zijn grote hoefdieren, zoals runderen en paarden, maar ook edelherten, geneigd om in de lage, voedselrijke uiterwaarden hun voedsel
te zoeken. Tijdens hoog water zoeken ze echter de veilige, hoger gelegen, beschutte bossen op de stuwwallen op. Door het aaneenschakelen van beide gebieden wordt aan de koniks en galloways hiertoe de
mogelijkheid geboden.
